Technische keuring voor oldtimers

BELANGRIJKE INFO: DE INSTRUCTIE HIERONDER IS OP HEDEN VAN TOEPASSING MAAR WORDT IN HET NAJAAR 2022 AANGEPAST * MOMENTEEL AL GOEDGEKEURD DOOR DE VLAAMSE REGERING OP 15/7/2022

Lees alvast alle publieke stukken door:

Nota aan de Vlaamse Regering

Besluit van de Vlaamse Regering

     Bijlage 1 bij Besluit * toegelaten modificaties zonder attest

     Bijlage 2 bij Besluit * algemeen reglement  

     Bijlage 3 bij Besluit * modificaties met oldtimerdossier

Voorafgaande Advies van de Raad van State

*************************************************************

Klik HIER om de volledige instructie te downloaden

Klik HIER om de bijlagen tot de instructie te downloaden

Bron:https://www.vlaanderen.be/periodieke-oldtimerkeuring


INSTRUCTIE VO/MOW/INS.TK/2021-03
Keuring van oldtimervoertuigen ingeschreven onder O-plaat

1. INLEIDING
Sinds 20 mei 2018 (datum van inwerkingtreding BVR van 27 april 2018) is de oldtimerkeuring onderhevig aan 
nieuwe bepalingen in functie van:
­     - De omzetting van de Europese richtlijn 2014/45/EU;
­     - Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2018 tot wijziging van het KB van 15 maart 1968.
Er mag geen enkel voertuig op de openbare weg gebruikt worden indien het zich, wat betreft onderhoud en werking, niet in een staat bevindt die de verkeersveiligheid waarborgt (art. 26 van het KB van 15 maart 1968). 

2. DEFINITIES
2.1 Reserveonderdeel
Een onderdeel dat vervaardigd of verdeeld is door een OEM (Original Equipment Manufacturer Parts) ter vervanging van een origineel onderdeel. Het betreft een onderdeel van minstens dezelfde kwaliteit en technische specificaties als het originele onderdeel en dit wordt als dusdanig door de fabrikant van het onderdeel geattesteerd.

2.2 Vervangend onderdeel
Een onderdeel dat niet door een OEM wordt vervaardigd of verdeeld en dat niet overeenstemt met het origineel onderdeel. In bepaalde gevallen zal het vervangend onderdeel zodanig afwijken van het originele onderdeel dat er wijzigingen aangebracht werden aan het voertuig om dit onderdeel te kunnen monteren.Bij vervangende onderdelen zal er een onderscheid moeten worden gemaakt naargelang het een onderdeel met primaire veiligheidsfunctie of een onderdeel met een secundaire veiligheidsfunctie betreft. 

De onderdelengroepen met een primaire veiligheidsfunctie worden gebaseerd op de controlegroepen uit bijlage 15 van het KB van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de 
auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. Behoren tot de primaire veiligheidsonderdelen: alle onderdelen die betrekking hebben op remuitrusting, stuurinrichting, assen, wielen en ophanging, motor en chassis.

Onderdelen met een secundaire veiligheidsfunctie omvatten de overige voertuigonderdelen zoals ophangingsrubber (silentbloc), uitlaat, bumper, ...
    
3. TOEPASSINGSGEBIED
3.1  Onderworpen voertuigen/ toepassingsgebied
Zijn onderworpen aan deze instructie:
- De voertuigen in dienst gesteld sinds meer dan vijfentwintig jaar, ingeschreven onder O-plaat of met het oog op een inschrijving als oldtimer;
- De wedstrijdvoertuigen ingeschreven onder O-plaat of met het oog op een inschrijving als oldtimer van de categorie 1 (toegelaten tot het normale verkeer); 
- De volgende voertuigen zijn onderworpen aan de oldtimerkeuring voor inschrijving, maar niet aan de periodieke oldtimerkeuring:
      * Landbouw- en bosbouwtrekkers met een maximale snelheid tot en

        met 40 km/u;
      * Voertuigen voor traag vervoer;
      * Voertuigen uitgerust met rupsbanden.
- Opmerking :  wedstrijdvoertuigen categorie 2 kunnen niet onder O-plaat ingeschreven worden .

3.2  Gebruik
Voertuigen ingeschreven onder O-plaat mogen niet gebruikt worden voor de volgende doeleinden:
- commercieel en professioneel gebruik;
- woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer;
- bezoldigd vervoer en met bezoldigd vervoer van personen gelijkgesteld gratis vervoer;
- gebruik als werktuig of werkmiddel, alsook voor interventie-opdrachten.
Bij de voertuigen met rupsbanden wordt het gebruik beperkt tot:
- oldtimermanifestaties;
- proefritten binnen een straal van 3 km vanaf de stallingplaats van het voertuig.
Interventievoertuigen > 25 jaar:
- deze voertuigen mogen worden voorgereden met hun oorspronkelijke uitrusting (kleur, blauwe zwaailichten, sirene, …), zoals bv. de voertuigen van de voormalige Rijkswacht;
- deze voertuigen mogen echter niet als dusdanig op de openbare weg rijden. Dit valt uitsluitend onder  de  aansprakelijkheid  van  de  bestuurder,  die  geacht  wordt  de  typische  markeringen  en toebehoren te verhullen. Daarom dient er ook geen enkele sanctiecode toegepast te worden.

4. BASISPRINCIPES OLDTIMERKEURING
- De oldtimers (M, N, O, Txb, T5) zijn onderworpen aan een periodieke oldtimerkeuring. Deze voertuigen zijn niet onderworpen aan de tweedehandskeuring, de administratieve keuring voor inschrijving en het uitreiken van het identificatieverslag.
- De  oldtimers  (traag  vervoer,  landbouw-  en  bosbouwtrekkers  (T1,  T2,  T3,  T4,  Txa),  voertuigen uitgerust met rupsbanden) zijn niet onderworpen aan een periodieke oldtimerkeuring.
- De gelijkvormigheid van het voertuig met de typegoedkeuring wordt tijdens de oldtimerkeuring niet nagegaan. In het kader van een oldtimerkeuring worden geen tuningverslagen afgeleverd.
- Modificaties die betrekking hebben op het chassis, het koetswerk of op de uitrusting, met een wijziging van de technische kenmerken van het voertuig tot gevolg zijn onderworpen aan een niet-periodieke keuring (Art. 23sexies van het KB van 15.03.1968).
- Met het oog op de inschrijving onder O-plaat wordt een keuring gelijkwaardig aan de periodieke oldtimerkeuring  (zie  bijlage  2)  uitgevoerd,  met  aflevering  van  een  aanvraag  tot  inschrijving. Wanneer  geen  tekortkomingen  (sanctiecodes  1,  2  of  3)  worden  vastgesteld,  kan  het  formulier “aanvraag tot inschrijving van een voertuig” gevalideerd worden. Het vak X10 van de aanvraag tot inschrijving herneemt de vermelding “enkel oldtimer”.
- Bijlage 15 van artikel 23 van het KB van 15.03.1968 geldt als basis voor de keuringspunten, de gebreken en mogelijke sancties voor de periodieke oldtimerkeuring (zie bijlage 2).

5. KEURINGSMODALITEITEN
5.1. Keuringsperiodiciteiten 
5.1.1. Voertuigen onder O-plaat of met het oog op inschrijving onder O-plaat vanaf 25 jaar en jonger dan 30 jaar.
De voertuigen tussen de 25 en 30 jaar oud, en ingeschreven onder O-plaat, zijn onderworpen aan een  periodieke  oldtimerkeuring  volgens  de  gewoonlijke  jaarlijkse  periodiciteitsmodaliteiten beschreven onder artikel 23ter (VP = 1 jaar, KG(kraan) = 2 jaar, Bus/car = 3 maanden, …).

5.1.2. Voertuigen onder O-plaat of met het oog op inschrijving onder O-plaat vanaf 30 jaar tot en met 50 jaar.
De voertuigen zijn om de 2 jaar aan een periodieke oldtimerkeuring onderworpen. Een voertuig voorgereden vanaf de leeftijd van 29 jaar en 10 maanden krijgt een periodiciteit van 2 jaar toegekend.

5.1.3. Voertuigen onder O-plaat of met het oog op inschrijving onder O-plaat die meer dan 50 jaar geleden in verkeer werden gesteld.
De voertuigen zijn om de 5 jaar aan een periodieke oldtimerkeuring onderworpen. Een voertuig voorgereden vanaf de leeftijd van 49 jaar en 10 maanden krijgt een periodiciteit van 5 jaar toegekend.

5.2. Afwijkingen op bovenstaande periodiciteitsregels 
De geldigheid kan worden ingekort naar aanleiding van het uitvoeren van specifieke keuringen (bv. geldigheid reservoir LPG, CNG, ...).

5.3. Principes m.b.t de referentiedatum op het keuringsbewijs
Volgende principes worden toegepast: 
- De  referentiedatum  op  het  keuringsbewijs  zal  de  dag  en  maand  zijn  van  de  datum  eerste inverkeerstelling  (zie  kentekenbewijs  “datum  eerste  inschrijving”).  Voertuigen  kunnen  vanaf 2 maanden (of  één  maand  in  het  geval  de  periodiciteit  zes  maand  of  minder  bedraagt)  voor  de referentiedatum voor-gereden worden voor periodieke keuring met behoud van deze referentie-datum. Bij  vroeger  voorrijden  (méér  dan  2  maanden  (of  één  maand)  voor  de  referentiedatum)  wordt  de referentie-datum vervroegd naar deze datum waarop het voertuig werd voorgereden. 
Later voorrijden heeft geen wijziging van de periodiciteit tot gevolg: de geldigheidsperiode van het keuringsbewijs begint dus ook te lopen vanaf dag/maand eerste inverkeerstelling. Later voorrijden heeft  een  toeslag  laattijdige  keuring  tot  gevolg.  Het  niet  ontvangen  van  een  uitnodiging  voor  de keuring is geen aanleiding om deze toeslag laattijdige keuring terug te vorderen.
- Bij wijziging van eigenaar wordt de geldigheidsdatum berekend op basis van de datum van de keuring en de overeenstemmende periodiciteit.
- De standaardregels wat de referentiedatum betreft zijn van toepassing voor voertuigen die worden voorgereden met een geldig keuringsbewijs.

5.4. Regels bij het voorrijden tijdens de overgangsperiode
Voertuigen onderworpen aan de oldtimerkeuring vanaf 20 mei 2018 (datum van inwerking-treding BVR van 27 april 2018).
Een overgangsperiode bepaalt de datum van het eerste voorrijden van het voertuig: 
- De voertuigen onder O-plaat die minder dan dertig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, worden voor  de  dag  in  2019  waarop  ze  respectievelijk  zesentwintig,  zevenentwintig,  achtentwintig  of 
negenentwintig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, voorgereden voor periodieke keuring.
- De voertuigen onder O-plaat die ten minste dertig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, worden voor de dag in 2020 waarop ze dertig jaar of meer geleden in verkeer zijn gesteld, voorgereden voor periodieke keuring. Indien dit niet het geval is dienen de regels voor laattijdig voorrijden toegepast te worden.

5.5. Voertuigen oorspronkelijk onderworpen aan het identificatie-verslag
In de configuratie oldtimer zijn niet van toepassing: 
     - Het identificatieverslag
     - De weging (tenzij voor het bepalen van de sleepgewichten)
     - De administratieve regularisatie na inschrijving
     - Het toekennen van het aantal zitplaatsen
     - Keuringsvignet met de vervaldatum van het keuringsbewijs

5.6. Keuring Na Ongeval (KNO) 
De voertuigen voorzien van een specifieke oldtimerplaat of met het oog op inschrijving onder O-plaat zijn onderworpen aan een keuring na ongeval. Beschadigde voertuigen, wat ook de oorzaak moge zijn, mogen 
terug in dienst worden gesteld op voorwaarde dat ze alle waarborgen bieden voor de veiligheid van het verkeer en de andere weggebruikers.

Indien  tijdens  een  oldtimerkeuring  (periodiek  of  niet)  duidelijk  wordt  vastgesteld  dat  een  recente belangrijke herstelling is uitgevoerd,  en waarbij ernstige twijfel bestaat met betrekking tot de geometrie en/of men geen aanwijzingen terugvindt die aangeven dat het voertuig reeds eerder een keuring na ongeval heeft gehad, heeft de centrumverantwoordelijke de bevoegdheid het voertuig door te verwijzen voor een “keuring na ongeval” d.m.v. van de code “6.1/B/2: CHASSIS: Keuring van de geometrie vereist in een daarvoor bevoegd keuringsstation: keuring na ongeval – wielgeometrie en geometrie van het raam”. Enkel  voor  geseinde  voertuigen  waarbij  het  ongeval  plaats  vond  na  20  mei  2018  zal  een  Keuring  Na 
Ongeval geëist worden.

5.7. Car Pass voor M1 en N1 voertuigen 
Een Car Pass wordt afgeleverd (indien gegevens beschikbaar zijn) voor voertuigen van de categorie M1 en N1 in het geval een aanvraag om inschrijving wordt afgeleverd. Een Car pass kan ook worden afgeleverd op vraag van de klant.

6. KEURINGSPROCEDURE
6.1. Een oldtimerkeuring kan in elk keuringscentrum uitgevoerd worden. 

6.2. De oldtimerkeuring wordt uitgevoerd conform bijlage 2, welke gebaseerd is op bijlage 15 van het KB van 15.03.1968, die de inhoud van de keuringspunten, de gebreken en de mogelijke sancties overneemt.

6.3. Vertrekkende van de datum van eerste inschrijving van het voertuig, vindt u hieronder een overzicht van de te gebruiken keuringstoestellen tijdens de oldtimerkeuring.

6.4. Voertuigen met datum van eerste inschrijving van voor 1926 mogen op een aanhangwagen voor een oldtimerkeuring worden voorgereden.


6.5. Indien tijdens de keuring wordt opgemerkt dat er wijzigingen, modificaties of aanpassingen zijn gebeurd aan het voertuig dan moet worden beoordeeld of het gaat om veilige of onveilige wijzigingen, modificaties of aanpassingen.

6.5.1. Niet  limitatieve  lijst  van  voorbeelden  van  onveilige  modificaties  die  in  elk  geval  niet  zijn toegelaten:

6.5.2. Voorbeelden van modificaties, wijzigingen of aanpassingen die als veilig worden beoordeeld indien vakkundig uitgevoerd, de opmaak van een oldtimerdossier is niet noodzakelijk:
- flexibele  remleidingen:  het  vervangen  van  flexibele  rem-leidingen  door  remleidingen  van  het luchtvaarttype is toegestaan. En dit enkel op voorwaarde dat alle flexibele remleidingen worden vervangen;
- verbouwingen die toegelaten worden via de praktische richtlijn tuning; 
- alle toegelaten wijzigingen voor de wedstrijdvoertuigen van categorie 1; 
- verbouwde voertuigen ingevoerd vanuit een lidstaat van de EER. De verbouwing of wijziging kan zonder meer aanvaard worden op voorwaarde dat deze expliciet vermeld zijn op het buitenlands kentekenbewijs of in officiële voertuigdocumenten; 
- plaatsen van koperen remleidingen;
- plaatsen hulpveer;
- plaatsen polyester motorkap
- plaatsen van andere, niet originele zetels op voorwaarde dat de originele bevestigingspunten worden gebruikt. Indien niet originele bevestigingspunten worden gebruikt, dan dienen metalen verstevigings-plaatjes van 80x80x3mm gebruikt te worden tussen het chassis en de moeren;
- plaatsen van een rolkooi indien deze achter de voorste zetelrij geschroefd is;
- wijzigen van het elektrisch circuit van 6V >12V / 12V > 24V;
- het inkorten van het chassis van een VW Kever op voorwaarde dat de wijziging werd uitgevoerd volgens de richtlijnen in bijlage 3.

6.5.3. Bij twijfel of er sprake is van een onveilige wijziging, modificatie of aanpassing van het voertuig, kan rekening worden gehouden met een attest of bewijsstuk naargelang er sprake is van een reserveonderdeel, een vervangend onderdeel.

Enkel geldige attesten of bewijsstukken van homologatiediensten (overheid) of voertuigconstructeurs kunnen aanvaard worden zonder de opmaak van een oldtimerdossier.

Voor alle overige attesten of bewijsstukken dient een oldtimerdossier opgemaakt te worden voor verdere beoordeling indien a) er twijfel is over de attesten of bewijsstukken of b) de verbouwing is niet vakkundig uitgevoerd of c) het over een aanpassing aan de motor gaat.

Reserveonderdelen  kunnen  als  veilig  beschouwd  worden  indien  een  origineel  attest  van  de fabrikant van het onderdeel kan worden voorgelegd waarin verklaard wordt dat de kwaliteit van het gewijzigde onderdeel dezelfde veiligheidsgaranties en kwaliteit biedt als het oorspronkelijke onderdeel. Dit attest bevat minstens een verwijzing naar het betreffende reserveonderdeel en het type voertuig waarop het is gemonteerd. 

Vervangende onderdelen met een primaire veiligheidsfunctie kunnen als veilig beschouwd worden indien één van volgende originele/geldige attesten of documentatie worden voorgelegd:
- een attest van de fabrikant van het onderdeel waarin verklaard wordt dat de kwaliteit van het gewijzigde onderdeel dezelfde veiligheids-garanties en kwaliteit biedt als het oorspronkelijke onderdeel. Dit attest bevat minstens een verwijzing naar het betreffende vervangend onderdeel en het type voertuig waarop het is gemonteerd;

- een attest van een bij de Europese Commissie aangemelde erkende technische dienst (vb. TÜV) van het onderdeel of systeem;
- een attest volgens SAE-normen voor ingevoerde Amerikaanse voertuigen;
- de documentatie (vb. cataloog zowel op papier/digitale vorm) van de voertuigconstructeur met vermelding van het onderdeel.
Voorbeelden: vervanging trommelrem door remschijf, wijziging, ophanging, wijziging assen, aanpassing aan motor met beperkte toename vermogen of cilinderinhoud. Vervangende onderdelen met een secundaire veiligheidsfunctie kunnen als veilig worden beschouwd indien één van volgende originele/geldige attesten of bewijssukken worden voorgelegd:
- een attest van de fabrikant van het onderdeel waarin verklaard wordt dat de kwaliteit van het gewijzigde onderdeel dezelfde veiligheids-garanties en kwaliteit biedt als het oorspronkelijke onderdeel. Dit attest bevat minstens een verwijzing naar het betreffende vervangende onderdeel en het type voertuig waarop het is gemonteerd;
- een attest van bij de Europese Commissie aangemelde erkende technische dienst (vb. TÜV) van het onderdeel of systeem;
- een attest volgens SAE-normen voor ingevoerde Amerikaanse voertuigen;
- de documentatie (vb. cataloog zowel op papier/digitale vorm) van de voertuigconstructeur met vermelding van het onderdeel;
- een attest van de fabrikant van het onderdeel met de melding dat het onderdeel in overeenstemming is met de specificaties en productie-normen die de voertuigfabrikant hem heeft verstrekt. Ook wanneer dit op de verpakking van het onderdeel of de website van de onderdelen-fabrikant geattesteerd wordt, wordt dit aanvaard.
Indien geen attest beschikbaar, dient er aangetoond te worden dat het onderdeel op 
basis van door een erkende expert ter beschikking gestelde technische 
tekeningen/handleidingen voldoet voor dat specifieke voertuig.
-  Ombouw  van  trommelremmen  naar  schijfremmen  is  toegelaten  indien  het  specifieke voertuigmodel ooit geproduceerd werd met schijfremmen én indien de geplaatste schijfremmen dezelfde karakteristieken hebben als het originele onderdeel. Dit dient aangetoond te worden via een aanvaardbare bron (PVG, attest constructeur van het voertuig,…).
-  Indien een remkrachtverdeler/remkrachtregelaar op het voertuig aanwezig is, dient een attest, uitgereikt door een erkende ombouwer, te bevestigen dat de gemonteerde remkrachtverdeler/remkrachtregelaar werd aangepast.
- Plaatsen van niet originele brandstoftank op voorwaarde dat:
         * geldig attest van de tankconstructeur aanwezig is

           (drukproef);
         * de originele vulopening is behouden;
         * plaatsing van de nieuwe tank op de originele plaats;
         * indien geplaatst in de kofferbak dan is een gasdichte doos

           vereist.
-  Een modificatie die aanvaard werd tijdens een vorige keuring blijft toegestaan, op voorwaarde dat de nodige documenten worden voorgelegd (afwijking van de overheid, attest fabrikant, tuningverslag, validatieverslag verlagingskit ophanging, Belgisch of buitenlands (binnen EER) kentekenbewijs).

6.5.4. Bij  twijfel  over  de  beoordeling  als  een  onveilige  wijziging,  modificatie  of  aanpassing  van  een onderdeel  van  het  voertuig  en/of  indien  er  geen  van  de  in  punt  6.5.3 vernoemde  attesten  of bewijzen kan worden voorgelegd waaruit kan worden opgemaakt dat de wijziging, modificatie of aanpassing als veilig kan worden beschouwd, wordt door het keuringscentrum een oldtimerdossier 
opgemaakt.

Dit  dossier  bestaat  uit  de  elementen  zoals  opgesomd  in  bijlage  1  en  wordt  door  het keuringscentrum doorgestuurd via mail aan oldtimerdossier@mow.vlaanderen.be. Bij opmaak van een oldtimer-dossier wordt de volgende code gegeven:


B.627/1/3: OLDTIMER : Dossier in onderzoek

Het  departement  MOW  onderzoekt  het  dossier  en  informeert  het  keuringscentrum  van  haar beslissing.  Het  keuringscentrum  brengt  de  betrokken  klant  op  de  hoogte  en  levert  de  nodige documenten af. Indien na 3 maanden er geen beslissing is genomen dan kan het departement MOW de opdracht geven om de geldigheid van het keuringsbewijs met 3 maanden te verlengen. Niet limitatieve lijst van voorbeelden van modificaties, wijzigingen of aanpassingen die aanleiding kunnen geven tot de opmaak van een oldtimerdossier:


7. TARIEF
De tarieven voorzien in artikel 23undecies zijn van toepassing.

8. TOEPASSINGSDATUM
Deze instructie vernietigt en vervangt voor het Vlaams Gewest de instructie VO/MOW/INS.TK/2020-01 van 01/01/2020 en VO/MOW/INS.TK/2020-01 Bijlage.

Deze instructie is van toepassing vanaf 1/04/2021.